Tafels oefenen is ontzettend belangrijk

De tafels oefenen is onderdeel van het leren vermenigvuldigen. Vaak krijgt het behalen van het tafeldiploma op een basisschool heel veel aandacht. Normaal gesproken worden de tafels  geoefend vanaf groep 4. Kinderen halen dan in groep 5 hun tafeldiploma.

Bij het oefenen van de tafels komt veel kijken. Niet alleen het aanleren van tafels is belangrijk, minstens zo belangrijk is het om de tafels te onderhouden.

In dit artikel informeren we je zo uitgebreid mogelijk over het oefenen van de tafels, het onderhouden van tafels en de wijze waarop tafels verderop in de basisschooltijd nog zo belangrijk zijn.

 

Groep 4

In groep 4 wordt een aanslag gedaan op de rekenkundige vaardigheden van leerlingen. Optellen en aftrekken zijn redelijk onder de knie. Tijd dus om door te gaan met vermenigvuldigen.

Dat hoeft in groep 4 nog niet zoals het uiteindelijk dient te gaan: geen kolomsgewijs of cijferend rekenen nog. In groep 4 ligt de basis.

Kinderen moeten in groep 4 in staat zijn om de tafels te kunnen berekenen. Ze hoeven ze nog niet uit het hoofd te kunnen.

Bijvoorbeeld: Ilse in groep 4 weet dat één keer vier, vier is. Twee keer vier betekent eigenlijk: 4 + 4. En drie keer vier betekent: 4 + 4 + 4. Dit wordt herhaald optellen genoemd.

Ze maken de sommen dus inzichtelijk. Vaak gebeurt dat aan de hand van tekeningen, waarin je heel duidelijk clusters ziet. Zoals clusters van vier snoepjes in een zakje.

4 snoepjes in een zakje

Deze clusters maken de sommen visueel. Zo wordt de som 5 x 4 een kwestie van 5 van zulke zakjes. In eerste instanties worden zakjes en lolly’s nog tot in detail uitgetekend. Uiteindelijk worden de sommen steeds abstracter en uiteindelijk gewoon “kaal”.

5 x 4 snoepjes

 

Groep 5

Groep 5 is het jaar waarin het echt om de tafels draait. Op veel scholen staat het behalen van een tafeldiploma centraal in groep 5.

In groep 4 ging het voornamelijk om inzicht. Maar in groep 5 wordt toch echt van de kinderen verwacht dat ze de tafels volledig gememoriseerd hebben. Ze moeten elke willekeurige tafel direct kunnen beantwoorden.

De norm is dat kinderen 3 tot hooguit 5 seconden nodig hebben om een tafelsom uit te rekenen.

Per tafel kan een kind een sticker of krul krijgen op het diploma. Zijn alle tien de tafels beheerst? Dan is het tafeldiploma compleet.

 

Tafeldiploma

Een tafeldiploma komt op de meeste scholen terug. Wanneer kinderen alle tafels beheersen krijgen ze een tafeldiploma mee, vaak compleet met handtekening van de leerkracht en soms zelfs de directeur.

Het nadeel van een tafeldiploma is dat kinderen (en ouders en leerkrachten) het idee hebben dat het daarmee gedaan is. Maar voor tafels geldt hetzelfde als voor een rijbewijs. Als je je rijbewijs eenmaal hebt, maar nooit meer in een auto rijdt, verleer je het ook.

In hoeverre kinderen de tafels verleren, hangt voor een groot deel af van wat er na groep 5 gebeurt.

Het tafeldiploma

Na groep 5

En na groep 5? Hoe zit het dan met die tafels? Helaas horen we maar al te vaak terug dat groep 5 weliswaar in het teken staat van het tafeldiploma, maar dat er verder niets meer mee gebeurt.

In groep 6 worden de tafels op veel scholen niet meer zo intensief geoefend als in groep 5. En dat is nadelig. Want op heel veel scholen wordt vanaf groep 6 een achteruitgang gesignaleerd op het gebied van rekenen.

De basis van zo’n beetje alles wat kinderen vanaf groep 5 leren op het gebied van rekenen, is gestoeld op een goede beheersing van de tafels. Het is dus heel erg belangrijk dat kinderen de tafels nog met grote regelmaat oefenen.

 

Waar komen tafels nog in terug?

In allerlei toepassingen, berekeningen en sommen komen de tafels terug. Waar ze in groep 4 en 5 als volledige som werden gezien, maken tafels vanaf groep 5 eigenlijk vooral deel uit van een som. Je moet een tafel gebruiken om de som op te kunnen lossen. Hieronder schetsen we een aantal voorbeelden.

 

Verhoudingstabellen

In verhoudingstabellen komen de tafels meerdere keren per som terug. Bijvoorbeeld in de som: Door een machine worden per uur 15 fietsen gemaakt. Op een dag worden er 90 fietsen gemaakt. Hoeveel uur is de machine aan het werk geweest?

Verhoudingstabel en tafels

Kinderen moeten inzien dat de sprong van 15 naar 90 gaat via een tussensprong (30). Ze doen dus 15 x 2 = 30. En vervolgens 30 x 3 = 90. Dat zijn verkapte tafels op zich (want 30 x 3 kun je uitrekenen aan de hand van 3 x 3). Maar ook bovenin, waar hetzelfde moet gebeuren, is een kind tafels aan het doen: 1 x … = 2 en 2 x … = 6. Kinderen moeten de tafelkennis hier dus aanwenden.

 

Procenten

In het rekenen met procenten valt en staat ook veel met procenten. Bijvoorbeeld in de som:

Monique koopt een jas. De jas kost € 140. Ze krijgt 15% korting. Wat kost de jas nu?

Procenten berekenen gebeurt vaak aan de hand van 10% of 1%. Dat komt hier neer op € 1,40 voor 1%.

15% berekenen gaat dan aan de hand van de logische stappen (en tafels):

€ 1,40 x 10 = € 14

€ 1,40 x 5 = € 7

Rekenaars die het snel door hebben rekenen misschien wel direct via 10% uit en pakken dan nog een keer de helft (5%) en doorzien de tafel van 7. 7 x 3 = € 21

 

Breuken I

Breuken zijn delen van een geheel. Daar zijn breuken onmisbaar in. De som  x 9 bijvoorbeeld vraagt kennis van de som 2 x 9 = 18. Deze  moeten vervolgens ook weer worden omgezet in  hele getallen. Hoe vaak past 5 in 18? De tafel van 5 (1 x 5 = 5, 2 x 5 = 10, 3 x 5 = 15 en 4 x 5 = 20, dat is dus teveel) leert dat dat 3 helen zijn. Na aftrek van die drie helen blijft er dus 3 over…

 

Breuken II

Maar ook wanneer je een breuk van een geheel moet berekenen, heb je kennis van de tafels nodig. Bijvoorbeeld: Kenneth heeft € 360 op zijn bankrekening staan. Hij betaalt 2/6 aan de hockeyvereniging. Hoeveel euro is dat?

Je zal eerst € 360 moeten delen door 6 (waar de tafel 6 x 6 = 36 van pas komt) en dat antwoord moeten vermenigvuldigen met 2 (2 x 6 helpt hierbij) en uitkomen op € 120.

 

Kolomsgewijs én cijferend vermenigvuldigen

Cijferend vermenigvuldigen is het vervolg op kolomsgewijs rekenen. In beiden komen de tafels terug. Bijvoorbeeld  bij de som 351 x 6 =

Kolomsgewijs zou het neerkomen op:

300 x 6 = (tafel 3 x 6 is een hulpje)

50 x 6 = (tafel 5 x 6 is een hulpje)

1 x 6 =

 

Cijferend zou het neerkomen op:

Cijferend rekenen

Van links naar rechts bereken je dan

1 x 6 = 6

5 x 6 = 30 (0 opschrijven, 3 onthouden)

6 x 3 = 18 (plus 3 maakt 21)

 

Kolomsgewijs en cijferend delen

Tot slot heb je bij het cijferend delen ook weer die tafels nodig. Anders kun je het wel schudden. Kijk maar mee naar de som 4949 : 7 =

 

Kolomsgewijs delen

Hier wordt 4949 : 7 opgesplitst in de eerste mogelijkheid: 4900 : 7. Daar zit de tafel 7 x 7 = 49 in. Dit leidt tot het antwoord 700.

Daarna blijft 49 over. 49 : 7 = 7.

Bij elkaar vormt dat dus 707.

 

Cijferend delen

Een staartdeling vraagt misschien nog wel meer om tafels dan kolomsgewijs delen, omdat je de som via het getal benadert waardoor gedeeld moet worden, de 7.

4949 : 7 =

Kinderen met een matige tot slechte tafelbeheersing zullen beginnen met het zo dicht mogelijk bij de 4000 uitkomen. 5 x 7 = 35. Zij komen dan vaak uit  bij een hak van 500 x 7 = 3500.

4949 – 3500 = 1449.

1449 : 7 = zal leiden tot de 1400, 200 x 7.

49 : 7 = blijft over en (zal bijna wel moeten) leiden tot 7 x 7 = 49.

Staartdeling en tafels lang

Antwoorden bij elkaar optellen (500 + 200 + 7) komt uit op 707.

Kinderen die de tafels perfect beheersen en een staartdeling maken, delen deze al snel als volgt op:

Staartdeling en tafels

Veel van hen doorzien de tafels dus en hebben al snel geen staartdeling meer nodig. Zij rekenen gewoon 4900 : 7 = 700 en 49 : 7 = 7 uit en komen zo ook tot het antwoord.

 

Tafels oefenen én onderhouden

Het mag duidelijk zijn. Vanaf groep 5 komen de tafels in allerlei vormen en maten terug. Belangrijk dus, die tafels. In een ideale school zouden leerkrachten veel tijd steken in het onderhouden van de tafels. Dat kan op de volgende manieren:

  • Tijdens het opstarten van de rekenles de tafels op laten noemen;
  • Spelletjes spelen omtrent de tafels;
  • Een tafel laten uittekenen (van rekensom naar context).

Gebeurt het op school te weinig en wil je als ouder meer grip op de tafels? Dan is het goed om thuis te oefenen. Dat kun je doen door de tafels op te laten noemen door je kind (eigenlijk net zoals ze ooit aangeleerd zijn). Ook kun je spelletjes spelen waarbij een kind de tafels nodig heeft. Zie onze lijst van spelletjes voor een aantal ideeën.

 

Tafels oefenen

Er zijn twee scenario’s denkbaar. In scenario 1 zit jouw kind in groep 4 en begint het nu met oefenen van de tafels. Jij als ouder weet nu hoe belangrijk die zijn en weet dus ook dat het na groep 5 niet ophoudt. Oefen met onze spelletjes, door ze tijdens het eten of in de auto op te laten dreunen, door middel van liedjes en versjes. Doe alles wat ze je op school aangeven en zorg dat je kind zijn of haar tafeldiploma op leuke, speelse wijze kan halen.

In scenario 2 heeft je kind al een tafeldiploma, maar heb je het losgelaten. Blijf dus oefenen. Grijp terug op spelletjes en tools die je gekregen hebt om de tafels eigen te houden. Het is van essentieel belang dat de tafels goed geoefend en onderhouden worden.

Tafelkaart tafels 1 tm 12

Met name zwakke rekenaars maken lang gebruik van de tafelkaart.

 

Thuis helpen met de tafels

Wil je thuis helpen bij het oefenen van de tafels? Dat is zeker aan te raden. Wel geven we je enkele tips.

1 School is school, thuis is thuis

Overdrijf het niet. Je kind leert op school de basis voor rekenen. Zo ook voor tafels. Een keer per dag oefenen moet genoeg zijn. Thuis moet je kind ook kunnen spelen.

2 Wijk niet af van de methode die school aanleert

Veel ouders zijn vrij eigenwijs in het aanleren van rekenen. Zo blikken veel ouders terug op hun eigen schooltijd. Omdat het hen helpt, wil het nog niet hun kind helpen. De meeste scholen maken keuze uit de vele methodieken die er te vinden zijn om rekenen aan te leren. Informeer daarnaar en wijk er niet vanaf. Je kind kan anders behoorlijk in de war raken.

3 Maak het concreet

Op school wordt in groep 4 al een begin  gemaakt met het tafels oefenen. Herhaald optellen maakt het voor kinderen concreet. 4 snoepjes en 4 snoepjes en nog een keer 4 snoepjes maakt de tafel 3 x 4 heel duidelijk. Dit wordt minder in groep 5. Het kan kinderen heel erg helpen als je het af en toe nog eens concreet maakt. Dat kan simpel door een vraag te stellen als “Hoe ziet 8 x 3 er eigenlijk uit?” Een antwoord als “8 zakjes met 3 broodjes” kan in principe op elke tafel gegeven worden, maar maakt het wel weer even visueel.

 

Spelenderwijs tafels oefenen

Om ouders en kinderen te helpen bij het aanleren van de tafels, het oefenen van de tafels en het onderhouden ervan, heeft Bureau Bijles een breed arsenaal aan spelletjes ontwikkeld. Ze zijn stuk voor stuk gratis te downloaden via de website. Hieronder een overzicht:

Reageer!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *