Antwoorden Cito-toets Oefenen E3

 

Rekenen 1

1 4 torens
2 Linda
3 41
4 70
5 a
6 8 euro
7 16
8 17 maart
9 5
10 3 briefjes
11 11 euro
12 15
13 16 losse kleurtjes
14 3 kaarten
15 25 cent
16 3 euro
17 7 stickers
18 24
19 7 uur
20 vakje 27

Spelling 1

1 duur
2 barst
3 triest
4 muurtje
5 harp
6 knots
7 link
8 laars
9 slokje
10 neus
11 tulp
12 druif
13 staart
14 krant
15 fee
16 wesp
17 huilt
18 buis
19 spreuk
20 schelp
21 fiets
22 broek
23 klomp
24 klank
25 plant

Rekenen 2

1 75
2 20 kinderen
3 36 euro
4 10 blokken
5 3 theelepels
6 8
7 4 kaarten
8 35
9 6 snoepjes
10 3 uur
11 24
12 7
13 20 viltstiften
14 5 over vier
15 haan
16 7 hartjes
17 16 mensen
18 23
19 15 euro
20 Tom

Woordenschat 1

1 overmorgen
2 A
3 C
4 B
5 ben je wel op tijd
6 A
7 beterschap
8 succes
9 pardon
10 stiefmoeder
11 maatje
12 compliment
13 dwingen
14 voordringen
15 de klittenband
16 de boxershort
17 medelijden
18 liegen
19 doodsbang
20 enthousiast
21 intelligent
22 kattenkwaad uithalen
23 de appelspa
24 rib
25 je middel

Rekenen 3

1 19 knikkers
2 7
3 9
4 2 euro
5 5 meisjes
6 33
7 3 torens
8 15
9 C
10 8 blokken
11 Saar
12 5 strips
13 10 euro
14 18 dozen
15 10
16 Op vakje 18
17 4 cupcakes
18 22
19 12 kilometer
20 9 mei

Spelling 2

1 stam
2 gips
3 glas
4 krat
5 dank
6 vlam
7 niets
8 kramp
9 spons
10 zwijgt
11 plank
12 schel
13 melk
14 tolk
15 laatst
16 straat
17 markt
18 kleinst
19 schaal
20 stroom
21 borst
22 straf
23 liefst
24 schroot
25 kunst

Rekenen 4

1 15 euro
2 17 blokken
3 32
4 13
5 8 torens
6 17 kilometer
7 31
8 11 en 13
9 15
10 14 kersjes
11 45 cent
12 26
13 4 uur
14 15 april
15 22
16 5 euro
17 6 snoepjes
18 Op nummer 37
19 3 banen
20 26 knikkers

Begrijpend lezen 1

1 de mus
2 ziet
3 het raam
4 Bo helpt de mus
5 B
6 omdat ze naar zee gaan
7 papa pakt de tassen in
8 de schep en de vlieger
9 over een dagje naar zee
10 bezoek
11 B
12 C
13 de stilte in de klas
14 een touw
15 het stuk touw meenemen
16 A
17 D
18 B
19 C
20 B
21 druk
22 kop
23 Rik vergeet de kop te plaatsen
24 de koffie
25 de koffie is heet

Rekenen 5

1 21
2 13 dieren
3 28 auto’s
4 11
5 4 kettinkjes
6 € 42
7 16 euro
8 7 euro
9 25
10 30 cent
11 5 uur
12 op vakje 22
13 12 mensen
14 2 meter
15 9 blokken
16 19
17 de vis
18 16
19 22 kilometer
20 2 ogen

Spelling 3

1 wiek
2 schuur
3 ziek
4 herfst
5 schurk
6 schop
7 tong
8 schrik
9 schil
10 wang
11 oogst
12 arts
13 schaap
14 kluns
15 ring
16 spreekt
17 plaats
18 schrift
19 bank
20 zing
21 rook
22 zaal
23 streng
24 tam
25 sproet

Rekenen 6

1 15 euro
2 B
3 7 kilometer
4 2 blokken
5 21 kinderen
6 34
7 18 kersjes
8 13 torens
9 2 euro
10 21 euro
11 12 en 16
12 20
13 15
14 2 enveloppen
15 27 snoepjes
16 29
17 13 jaar
18 15
19 9
20 Kautar

Woordenschat 2

1 de stank
2 de smaak
3 waterkoker
4 het vet
5 C
6 de maïs
7 de druif
8 volproppen
9 de frisdrank
10 de rimpel
11 A
12 B
13 de injectie
14 de speen
15 het snot
16 de zij
17 de zweep
18 aanbieding
19 reclame
20 B
21 iets kapot is
22 tube
23 de reparateur
24 de cel
25 het kompas

Rekenen 7

1 € 51
2 45
3 B
4 4 cavia’s
5 21
6 8 blokken
7 16 kersjes
8 3 keer
9 34
10 de hamster
11 27
12 8 stickers
13 9 uur
14 21
15 3 kilometer
16 18
17 18
18 25 potloden
19 12 januari
20 4 briefjes

Spelling 4

1 schoen
2 vangst
3 schap
4 vonk
5 broers
6 schraal
7 prul
8 schuilt
9 schrap
10 schat
11 lampje
12 scherp
13 warm
14 strik
15 worp
16 gang
17 schuin
18 langs
19 vlieg
20 schets
21 lang
22 miertje
23 strijkt
24 dienst
25 flink

Rekenen 8

1 3 euro
2 14
3 9 kilometer
4 9 nachten
5 8 trommels
6 8 torens
7 11
8 26 likes
9 11 kamers
10 16 en 17
11 0
12 35
13 40 cent
14 grijs
15 Alek
16 9 dozen
17 Op blz 40
18 17 en 23
19 6 cupcakes
20 3 euro

Begrijpend lezen 2

1 een verhaal
2 nette
3 tegenover
4 gemeente
5 Robbie
6 de bruid wordt gekust door de hond
7 de bruid moet lachen omdat de hond haar kust
8 C
9 taart
10 Sofie
11 A
12 C
13 D
14 B
15 C
16 omdat er veel geluiden in het huis zijn
17 naar het geluid
18 Siem twijfelt over wat hij moet doen
19 Hij is bang en wil zijn adem in houden
20 Het geluid is niet van de inbreker, maar van opa
21 een recept
22 de eieren blijven staan als je een stukje van de onderkant snijdt
23 kersen
24 water aan de kook brengen
25 de eieren uithollen